Op 8 juni debatteert de Tweede Kamer over het arbeidsmarktbeleid in de zorg. In aanloop naar dit debat roept FBZ de vaste Kamercommissie VWS op om duidelijke keuzes te maken: dat betekent niet alleen investeren in opleidingscapaciteit, maar ook in een aantrekkelijk werkklimaat voor zorgprofessionals.
Eind mei liet minister Sterk (Langdurige zorg, Jeugd en Sport) aan de Kamer weten dat ze de adviezen van het Capaciteitsorgaan voor het aantal plekken voor medische vervolgopleidingen grotendeels overneemt voor 2027. Belangrijke overwegingen zijn de aanhoudende stijging van de zorgvraag en complexere zorgbehoefte (onder meer vanwege de vergrijzing). De beoogde ‘beweging naar de voorkant’ speelt ook een cruciale rol, waarbij zorg zoveel mogelijk wordt verplaatst naar de eerste lijn en het sociale domein.
Zorgen over uitstel
FBZ vindt die verschuiving naar de voorkant noodzakelijk om de zorg toegankelijk te houden, maar benadrukt dat deze beweging alleen kan slagen als er genoeg zorgprofessionals zijn in de eerste lijn en het sociale domein. Precies daarover maakt FBZ zich zorgen. Het Capaciteitsorgaan heeft een forse uitbreiding van het aantal opleidingsplekken voor een aantal zorgberoepen geadviseerd. Voor veel opleidingen is dat advies overgenomen, maar dat geldt niet voor alle beroepen. Zo is het besluit over een hogere instroom voor de basisopleidingen geneeskunde en tandheelkunde uitgesteld, omdat de financiële en organisatorische haalbaarheid eerst moet worden getoetst. Voor physician assistants wil de minister het advies voor 320 opleidingsplekken wel overnemen, maar ook hier zoekt ze naar middelen om dit financieel rond te krijgen. Over het aantal opleidingsplekken voor gz-psychologen heeft de minister het besluit niet uitgesteld, maar heeft ze het advies van het Capaciteitsorgaan naast zich neergelegd en dus komen er maar 691 in plaats van 1.240 opleidingsplaatsen. Voor mondhygiënisten is het advies wel overgenomen (en wordt het aantal opleidingsplaatsen licht verhoogd), maar de vraag is of het genoeg is om de wens voor een verschuiving naar de voorkant (en dus meer aandacht voor preventie) te realiseren. Voor medisch specialisten wordt het aantal opleidingsplaatsen verhoogd, maar voor een aantal andere artsenberoepen gaat het juist omlaag. Verder zijn er nog opleidingen voor diverse beroepsgroepen, zoals de orthopedagoog-generalist, die helemaal niet centraal worden bekostigd vanuit de overheid.
Investeren is noodzakelijk
FBZ vindt dat opleiden niet als ‘kostenpost’ moet worden gezien: het is juist een strategische investering om ook in de toekomst goede zorg te kunnen blijven bieden. Uit recente rapportages en het SEO-onderzoek ‘Arbeidsmarkt en Opleidingen Zorg en Welzijn’ blijkt dat veel arbeidsmarkt- en opleidingsregelingen van VWS potentieel effectief zijn, maar dat harde effectmetingen vaak ontbreken. FBZ pleit daarom voor meer samenhang in het arbeidsmarkt- en opleidingsbeleid met duidelijke en meetbare doelen. Daarnaast hebben we aangedrongen op een consistent en toekomstbestendig opleidingsbeleid met structurele financiering, zodat investeren in opleidingscapaciteit niet afhangt van incidentele (budgettaire) keuzes.
Goede arbeidsvoorwaarden
Los van een toekomstbestendig opleidingsbeleid vindt FBZ het essentieel dat het kabinet kijkt hoe zorgprofessionals een hele loopbaan lang voor hun vak behouden kunnen blijven. Die noodzaak is groter dan ooit met het oog op de uitdagingen in de zorg. In het manifest ‘Toekomst van de zorg’ pleit FBZ daarom voor goede en concurrerende arbeidsvoorwaarden en voor meer autonomie en erkenning voor zorgprofessionals. Daarnaast is het in onze ogen essentieel dat er duidelijke keuzes worden gemaakt in welke zorg in de toekomst wordt aangeboden en hoe dit wordt georganiseerd.
