skip to Main Content

Zorg van de toekomst: wat heeft een studentenpsycholoog nodig om gezond te blijven werken?

Zorg van de toekomst

Hoe zorg je ervoor dat je je werk in de zorg ook op de lange termijn goed kunt blijven doen? Deze vraag staat centraal in de rubriek ‘Zorg van de toekomst’. Een belangrijk thema waar we ons dagelijks hard voor maken, want een toekomstbestendige zorg is urgenter dan ooit. In de serie gaan we in gesprek met verschillende beroepsgroepen. In dit artikel: Anna van der Steen, studentenpsycholoog bij de Vrije Universiteit Amsterdam.

“Niet meer investeren in studentenwelzijn is niet alleen zonde, maar zorgelijk.”

Anna: “Als studentenpsychologen bieden wij hulp aan studenten die door psychische problemen vastlopen in hun studie. We zijn heel laagdrempelig, dus heel veel studenten komen als eerste bij ons uit. We zien daarom zowel heel lichte als zware problematiek langskomen.

Als wij iemand niet verder kunnen helpen, verwijzen wij door, bijvoorbeeld naar de ggz.  Vanwege de wachttijden in de ggz merk je wel dat het steeds moeilijker is om mensen op een passende plek te krijgen. Juist wanneer er sprake is van complexe problematiek. Daardoor kom je soms in een moreel dilemma. Aan de ene kant wil je iemand helpen, maar tegelijkertijd kun je niet de hulp bieden die iemand nodig heeft.

Omdat ik geen oplossing heb voor de aanhoudende druk op de ggz, kijk ik naar waar ik zelf invloed op heb. Het leuke aan mijn werk is dat ik veel autonomie en vrijheid heb. Samen met collega’s kijken we naar waar studenten zelf behoefte aan hebben. Op die manier kunnen we waar mogelijk echt bij hun hulpvraag aansluiten. Naast de individuele behandelingen organiseren we bijvoorbeeld ook trainingen of workshops. Ook geef ik sinds twee jaar therapiesessies buiten de spreekkamer. Dan loop ik met de student de hoek om, door het Amsterdamse Bos, even uit de boeken en weg van de universiteit.

Tijdens corona was er ineens heel veel aandacht voor het welzijn van studenten. Toen is daar ook echt in geïnvesteerd, zowel in menskracht als in nieuwe technologie. Nu zijn die coronagelden op en dreigt het tegenovergestelde te gebeuren. Veel van de winst die we de afgelopen jaren boekten, zouden daarmee teniet worden gedaan. Dat zou niet alleen zonde, maar ook zorgelijk zijn, want verschillende onderzoeken tonen aan dat relatief veel jongvolwassenen met hun mentale welzijn worstelen.

Als ik zou mogen dromen, dan denk ik dat een nauwere samenwerking met de ggz heel mooi zou zijn. Het aanbrengen van structuur en betekenis zijn vaak belangrijke pijlers in een behandeling. Wij zouden bijvoorbeeld kunnen helpen door samen met een ggz-behandelaar te kijken naar hoe iemand opnieuw kan instromen, of een studie kan beginnen.”

×Close search
Zoeken