skip to Main Content

Nieuwe arbeidsmarktprognose zorg vraagt om scherpe keuzes

Arbeidsmarkt

Het tekort aan zorgmedewerkers loopt in 2033 op tot bijna 190.000 mensen. Dat staat in de laatste arbeidsmarktprognose van het ministerie van VWS. FBZ maakt zich zorgen over de cijfers, die grote impact hebben op de toch al hoge werkdruk in de zorg. Volgens FBZ-voorzitter Maarten Faas moeten er scherpe keuzes worden gemaakt over de zorg die wordt geleverd en de organisatie daarvan.

Vorig jaar werd in de arbeidsmarktprognose vooruitgekeken tot en met 2032. Toen werd een tekort voorzien van 137.000 medewerkers. Het nu berekende tekort voor 2033 ligt daar dus nog eens met 53.000 zorgmedewerkers boven. De toename komt vooral doordat minder mensen instromen vanuit de opleidingen en meer mensen de zorg verlaten. Niet al het nieuwe beleid kon in de berekeningen worden meegenomen, omdat de effecten op de arbeidsmarkt nog niet hard te maken zijn. In een brief aan de Tweede Kamer waarschuwt minister Helder echter dat “het niet realistisch is om te verwachten dat het personeelstekort binnen de zorg volledig kan worden opgelost”.

Zorg blijft niet hetzelfde

Volgens FBZ is dit een eufemisme. Het hard groeiende tekort aan collega’s zal voor zorgprofessionals de komende jaren grote gevolgen hebben. Om te zorgen dat zij gezond en met plezier hun werk kunnen blijven doen, moeten keuzes worden gemaakt. Die keuzes kunnen niet op het individuele bordje van de zorgprofessional worden gelegd. FBZ wil dat hierover een maatschappelijk en politiek gesprek plaatsvindt. FBZ-voorzitter Maarten Faas: “Met zulke schrikbarende cijfers kun je niet blijven doen alsof de zorg gewoon hetzelfde blijft. Een deel van de zorg zal niet meer kunnen plaatsvinden of moet door anderen, bijvoorbeeld naasten of vrijwilligers, worden geleverd. Als je daar nu niet breed het gesprek over voert, zijn mensen daar straks niet op voorbereid.” FBZ organiseert in het kader van haar vijftigjarig bestaan alvast een aantal dialoogsessies tussen zorgprofessionals en andere belanghebbenden (patiënten, werkgevers en beleidsmakers) over keuzes in de zorg. De resultaten daarvan worden eind dit jaar aangeboden aan het nieuwe kabinet.

Langetermijneffect

Wat opvalt in de berekeningen is dat in het scenario ‘nieuw beleid’ er vooral een verschuiving plaatsvindt van een deel van het personeelstekort vanuit de verpleeghuiszorg naar de thuiszorg, maar dat het tekort verder maar net iets lager uitkomt als afspraken en programma’s als IZA (Integraal Zorg Akkoord), WOZO (Wonen en Zorg), TAZ (Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & Welzijn) en GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) er niet waren geweest. Dit komt volgens de minister doordat veel van die programma’s pas op langere termijn een effect hebben, dat bovendien nog niet precies is te voorspellen. Daarom kunnen die effecten niet worden meegenomen in de berekeningen.

Te langzaam

FBZ vindt dit echter maar een deel van de verklaring. Veel van de veranderingen gaan simpelweg te langzaam en de minister zou meer regie moeten nemen. Bijvoorbeeld door wettelijk meer autonomie bij zorgprofessionals neer te leggen en verzekeraars en zorgkantoren op de vingers te tikken als ze dan toch elke keer om verantwoording vragen of om een handtekening van een arts waar die wettelijk niet nodig is. Faas: “Meer autonomie bij de zorgprofessional en minder onnodige administratie levert niet alleen meer tijd op die aan zorg kan worden besteed, maar ook meer werkplezier. En dat is hard nodig om te voorkomen dat mensen de zorg verlaten. Dat laatste is immers een van de redenen dat de prognoses nu nog slechter uitkomen dan vorig jaar. Werkplezier, zeggenschap, invloed op werkroosters en goede arbeidsvoorwaarden zijn daarom geen overbodige luxe, maar pure noodzaak.”

×Close search
Zoeken