U bevindt zich hier:
|

 

FBZ > Actueel > Nieuws
SZW rapporteert over stages na opleiding (werkervaringsplaatsen)
3 september 2018

De NVO en het NIP hebben input gegeven voor een onderzoek door het ministerie van Sociale Zaken en Wetenschap naar de omvang en functie van stages na opleiding. Het rapport is inmiddels verschenen. Een stage blijkt meestal een nuttige opstap te zijn om aan het werk te gaan. Tegelijkertijd signaleert het onderzoek dat er in veel gevallen een dunne grens is tussen een echte stage en regulier werk.

Het onderzoek
Het onderzoek laat zien dat een stage na de opleiding met name in een aantal branches voorkomt en meestal een nuttige opstap is om in die branches aan het werk te gaan. Tegelijkertijd signaleert het onderzoek dat er in veel gevallen een dunne grens is tussen een echte stage en regulier werk. Bij een stage moeten de activiteiten bij uitstek gericht zijn op leren en zijn werkzaamheden van additionele aard. Stagiairs die feitelijk arbeid verrichten hebben recht op een bijbehorende beloning. Daarnaast leidt stagemisbruik tot verdringing van betaald werk. Indicatoren die in het onderzoek in de richting van regulier werk wijzen zijn de uitkomsten dat bij 55% van de stagiairs de focus niet op leren maar op werken lag, 51% het idee had dat ze een werkplek innamen die normaal gesproken door een betaalde werknemer zou worden bezet en dat volgens 32% in feite sprake was van een reguliere baan. De uitkomst dat 75% het idee had dat ze eigenlijk hetzelfde werk als reguliere medewerkers doen, hoeft echter niet direct in de richting van stagemisbruik te wijzen. Tijdens een stage kan een stagiair wel in beperkte mate reguliere werkzaamheden uitvoeren als onderdeel van de stage, zolang het leeraspect voorop staat en voldoende begeleiding wordt geboden.

Invulling werkzaamheden
Het onderzoek laat zien dat stagiairs zelf ook een rol kunnen spelen om tot een passende invulling van de stage te komen. Een aanzienlijk deel van de stagiairs dat aangeeft dat er (gedeeltelijk) sprake zou kunnen zijn van regulier werk, is hierover het gesprek aangegaan met de werkgever. In de meeste gevallen heeft dit geleid tot aanpassing van de stage, de verbetering van de begeleiding of zelfs tot omzetting van de stage in een betaalde baan. Slechts in 5% van de gevallen heeft een gesprek met de werkgever niets opgeleverd. Dit laat zien dat stagemisbruik niet altijd met opzet plaatsvindt of dat er wellicht vaker dan gedacht ruimte is om een stage op een passende manier in te vullen. Uiteraard neemt dit niet weg dat in sommige gevallen opzettelijk stagemisbruik voorkomt. Daar waar werkgevers niet weten, wordt ingezet op voorlichting en gesprekken; daar waar werkgevers niet willen, op toezicht en handhaving. Het onderzoek is uitsluitend gebaseerd op opvattingen van de stagiairs. Om vast te stellen of er sprake is van een dienstbetrekking waarvoor WML moet worden betaald, onderzoekt de Inspectie meldingen waarbij het geheel van feiten en omstandigheden wordt meegewogen.

Vervolg
Aangezien stages na opleiding met name in een aantal branches voorkomen, worden brancheorganisaties, beroepsverenigingen en sectorale sociale partners opgeroepen om te stimuleren dat in die branches stages op een passende manier worden ingevuld. Hierbij kan gedacht worden aan het vastleggen van afspraken in de cao, betere informatievoorziening of het beschikbaar stellen van hulpmiddelen zoals voorbeeldleerplannen aan stagebedrijven en stagiairs. Wanneer het leeraspect onvoldoende voorop staat kan het gesprek tussen de stagiair en het bedrijf worden gestimuleerd om passende afspraken te maken over de invulling van de stage. Vanuit de rijksoverheid wordt deze partijen ondersteuning geboden door het samenstellen van een informatiepakket over de regels rondom stage, het delen van goede voorbeelden van een passende invulling van stage na opleiding en het vergroten van de bekendheid van het meldpunt van de Inspectie SZW.

Extra aandacht wordt besteed aan de GGZ-sector. Dit onderzoek onderbouwt eerdere signalen dat stage na opleiding op grote schaal voorkomt in deze sector. Hoewel dit onderzoek alleen indicatoren van vermeend stagemisbruik laat zien, valt deze sector ook op in meldingen die binnenkomen bij de Inspectie SZW en FNV Jong en eerder onderzoek onder startende psychologen en orthopedagogen. De Inspectie SZW en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd hebben ten tijde van een onderzoek naar een specifieke ggz-instelling signalen uitgewisseld waarmee de basis is gelegd voor verdere samenwerking.

Input NIP en NVO
Eind 2017 zaten NVO en NIP aan tafel met SZW waarbij een aantal starters hebben uitgelegd wat het probleem in de ggz is met werkervaringsplaatsen. SZW was blij met de input, het werd hen duidelijk dat het probleem met name in de ggz-sector behoorlijk groot is. Deze input is meegenomen in het Eindrapport Stages na afstuderen. Het rapport is breder dan de ggz, maar er wordt meerdere keren duidelijk naar de situatie in de ggz verwezen.

Deel dit artikel